Lees Voor

Waar wij voor staan

Mensen met een beperking kregen vele eeuwen nauwelijks een plek in de samenleving. In de oudheid werd deze groep aan hun lot overgelaten of onmiddellijk bij de geboorte gedood. Volgens het Griekse principe van de mens sana in corpore sano (een gezonde geest in een gezond lichaam) was een kind met een beperking onvolwaardig. In de middeleeuwen was de situatie niet veel beter. Beperkingen werden beschouwd als straffen van god, kinderen met een beperking waren ‘wisselkinderen’ waarbij de duivel het goede kind had meegenomen en zijn eigen ‘slechte’ kind had achtergelaten.
Pas aan het einde van de 18e eeuw kwam hierin verandering voor kinderen met een visuele beperking. Valentin Haüy (1745-1822) liet zien dat hij een zestienjarige blinde bedelaar met bewegelijke houten letters en cijfers kon leren lezen. Het missen van een zintuig stond niet meer gelijk aan ook dom zijn. Vanaf dat moment zijn mensen geld in gaan zamelen voor het onderwijs en de zorg voor mensen met een visuele beperking. Het vormt de basis van het vermogen dat Visio Foundation nu beheert en de vruchten daarvan inzet voor projecten en programma’s die het welzijn van de doelgroep verbeteren. 

Samen met Visio
Visio heeft zich ontwikkeld tot systeemaanbieder en heeft een krachtige positie in de Zintuiglijk Gehandicaptensector. Zowel deze positie als de historie zijn altijd richtinggevend geweest voor Visio Foundation. Met de fusie met Grenzeloos Zicht is Visio Foundation voornemens meer niet-Visio projecten te ondersteunen, echter Visio behoudt altijd een belangrijke stem. Met name als het gaat om wat relevant is voor de doelgroep.

 

Visie

  • (Inclusieve samenleving) Visio Foundation staat samen met zijn samenwerkingspartner Visio voor een inclusieve samenleving. Een inclusieve samenleving is een samenleving waarin voor iedereen plek is. Ook voor mensen met een beperking. Belangrijke begrippen daarbij zijn participatie, gelijke kansen, toegankelijkheid en respect voor de waardigheid en persoonlijke autonomie.  Een samenleving waarin iedereen kan ‘meedoen’.
  • (Recht en geen zaak van liefdadigheid) Daarnaast is Visio Foundation samen met zijn samenwerkingspartner Visio van mening dat ‘meedoen’ een recht is en geen zaak van liefdadigheid.

 

Missie

Visio Foundation wil in binnen- en buitenland voor de doelgroep impact realiseren door jaarlijks een bedrag ter beschikking te stellen voor de financiering van projecten en programma’s.  Zij hanteert daarbij de volgende uitgangspunten.  Het betreffen projecten en programma’s:

  • (Relevantie) die door (het systeem d.w.z. ouders, professionals etc. rondom) de doelgroep worden ervaren als leemte.
  • (Complementair aan reguliere financiering) als en voor zover deze niet voor reguliere bekostiging in aanmerking komen.
  • (Innovatie of aanvulling) die bijdragen aan vernieuwingen in het onderwijs, de revalidatie, de behandeling en zorg, en de toegankelijkheid van de samenleving, of daarop een aanvulling vormen.
  • (Duurzaam) waarvan de uitkomsten de positie en welzijn van de doelgroep versterken en er (op termijn) zicht is op reguliere bekostiging. Visio Foundation financiert geen projecten/programma’s structureel.
  • (Gewoon waar kan, speciaal waar moet) die een aanvulling zijn op bestaande structuren. In Nederland is de Zintuiglijk Gehandicaptensector een relatief kleine, gevarieerde en complexe doelgroep (circa 300.000 mensen) met een grote diversiteit aan hulpvragen. De impact van een zintuiglijke beperking raakt immers alle aspecten van het leven en niet zelden levenslang. Gezien de omvang van de doelgroep kan daarom het beste gebruik gemaakt worden van de bestaande infrastructuur, technologie voorzieningen etc. 
  • (Reactief) Visio Foundation voert zelf geen projecten/programma’s uit. In principe vraagt Visio Foundation om co-financiering van de aanvrager zelf.
  • (Transparantie) Visio Foundation wil zijn missie op een transparante en professionele wijze realiseren.
  • (Continuïteit) Tevens wil Visio Foundation haar vermogen op de lange termijn in reële termen in stand houden om jaarlijks een in koopkracht zo gelijk mogelijk bedrag ter beschikking te kunnen stellen.
 
 
Ga naar de inhoud